Veelgestelde vragen

Alles wat je over eenwieleren wilde weten, maar nooit durfde te vragen.
Staat jouw vraag over eenwielers of eenwieleren er niet bij? Stel hem hier (klik!).

Hoe kan ik sneller rijden?

Het belangrijkste om sneller te gaan, is het kiezen van een groter wiel. Bijvoorbeeld: een 24 inch wiel is ongeveer 20% groter dan een 20 inch wiel. Als al het andere gelijk blijft, rij je op het grotere wiel sneller. Simpelweg omdat je per pedaalslag een grotere afstand aflegt.
ls je aan wedstrijden meedoet, moet je natuurlijk wel binnen de maximale wielmaat blijven.
Bijna even belangrijk als een groot wiel zijn relatief korte cranks (crank is het verbindingsstuk tussen pedaal en wielas). Hoe korter de cranks, hoe meer je zult moeten trainen om er ook echt snelheidsvoordeel uit te halen.
Voor baanwedstrijden zijn er minimum-maten voor cranks. Het is dan het beste om precies op die minimummaat te gaan zitten!
Met een hard opgepompte band heb je minder rolweerstand. En de overbrenging van kracht op het wegdek is efficiënter doordat een hard opgepompte band weinig vervormt.
Bij wedstrijden kan een goede start zomaar een hele seconde tijdwinst opleveren. Het is belangrijk om vóór het laatste startpiepje al voorover te hellen, zodat je meteen goed kunt aanzetten.
Het is heel zinvol om je topsnelheid te trainen, ook als je alleen geïnteresseerd bent in lange afstanden. Je kunt dit bijvoorbeeld doen door korte sprintjes voluit te rijden.

Wil je meer tips, kijk dan bij het uitgebreide antwoord op deze vraag.

Waardoor kun je sneller gaan rijden op een eenwieler? Dat valt uiteen in meerdere factoren, zoals de technische eigenschappen van de eenwieler, je (zit)houding, hoe je start en finisht, en je manier van trainen.

DE EENWIELER

Wielmaat:

Het belangrijkste om sneller te gaan, is het kiezen van een groter wiel. Bijvoorbeeld: een 24 inch wiel is ongeveer 20% groter dan een 20 inch wiel. Als al het andere gelijk blijft, rij je op het grotere wiel sneller. Simpelweg omdat je per pedaalslag een grotere afstand aflegt.

Daar zitten wel grenzen aan:

  • Er zijn bijna geen eenwielers te krijgen met een groter wiel dan 36 inch, dus dat is in de praktijk het maximum.
  • Hoe groter het wiel wordt, hoe kleiner de winst. Een 36 inch wiel is ruim 12% groter dan de eerstvolgende kleinere maat (32 inch), maar zo veel snelheidswinst ga je echt niet halen.
  • Als je aan wedstrijden meedoet, heb je in veel gevallen te maken met een maximummaat. Bij veel wedstrijden is dat 24 inch, of nauwkeuriger: 618 mm diameter. Maar dan nog: niet alle 24 inch wielen zijn precies even groot. Enkele procenten verschil kan al een halve seconde schelen in een 100 meter-wedstrijd. Een zogenaamde race-eenwieler benut de ruimte binnen de regels maximaal, en is daarom voor serieuze wedstrijdrijders eigenlijk een must. Race-eenwielers zijn nieuw te koop vanaf ongeveer € 260, bijvoorbeeld bij Circus-expert.nl. En zo’n race-eenwieler is niet alleen qua wielmaat, maar op alle aspecten geoptimaliseerd voor baanwedstrijden.

Cranks:

Bijna even belangrijk als een groot wiel zijn relatief korte cranks (crank is het verbindingsstuk tussen pedaal en wielas). Nieuwe eenwielers worden meestal geleverd met tamelijk lange cranks, bijvoorbeeld 150 mm op een 36 inch eenwieler. Daarmee heb je een goede controle over de eenwieler. Ook het opstappen is makkelijker met lange cranks. Maar als je snel wilt rijden, moeten je voeten en benen tamelijk grote bewegingen maken, en dat kost gewoon tijd en inspanning. Hoe korte cranks optimaal zijn is niet zonder meer te zeggen. Maar gelukkig zijn cranks niet zo duur, dus je kunt wat experimenteren. Ga niet een al te grote stap terug: van 150 naar 125 mm is bijvoorbeeld een goede keuze. Hoe korter de cranks, hoe meer je zult moeten trainen om er ook echt snelheidsvoordeel uit te halen. Toprijders die jarenlang veel trainen, rijden met bijvoorbeeld 80 mm op een 29 inch wiel, of 100 mm op een 36 inch wiel (zonder versnelling).
Let op: voor baanwedstrijden zijn er minimum-maten voor cranks. Het is dan zaak om precies op die minimummaat te gaan zitten!

Stuurtje:

Met een stuurtje ben je stabieler bij hoge trapsnelheid, je eenwieler ‘wiebelt’ minder heen en weer. Dit is een beetje een kwestie van voorkeur. Op grote wielen (29 en 36 inch) rijden de snellere rijders meestal met een stuurtje, op 24 inch meestal niet. En op een race-eenwieler is het ook minder van belang, omdat die sowieso minder wiebelt doordat de as lekker smal (kort) is.

Bandenspanning:

Met een hard opgepompte band heb je minder rolweerstand. En de overbrenging van kracht op het wegdek is efficiënter doordat een hard opgepompte band weinig vervormt.

Versnelling:

Tenslotte: een versnellingsnaaf. Het effect hiervan wordt vaak overschat. De Schlumpf versnellingsnaaf voor eenwielers is de enige die commercieel verkrijgbaar is (als hij niet tijdelijk is uitverkocht). Hij is schakelbaar tussen directe overbrenging en ongeveer 1 : 1.5. Maar de snelheidswinst is meestal maar een paar procent. Omdat het gevoel in de eenwieler heel anders is, moet je extra trainen om er überhaupt voordeel van te hebben. Daar komt nog bij dat zo’n versnellingsnaaf peperduur is (reken op € 1500). En hoewel ze best robuust gebouwd zijn, is het toch een zorgenkindje qua afstelling en onderhoud. Naar onze mening is een Schlumpf alleen nuttig voor toprijders met ambitie.

HOUDING

Een aerodynamische houding (vooroverbuigen) verkleint de luchtweerstand. En volgens sommigen verbetert die houding ook de efficiëntie van je bewegingsapparaat. Op een 24 inch maakt dit al verschil, en op een groot wiel wordt het effect nog groter. Een stuurtje helpt om verder voorover te buigen, omdat je er op kunt leunen.
Hoe meer je voeten naar buiten staan, hoe meer zijdelingse kracht je op je wiel uitoefent via de pedalen. Daardoor gaat je wiel slingeren, hetgeen snelheid kost. Zet daarom je voeten zo ver mogelijk naar binnen. Maar natuurlijk niet zo ver dat ze tegen de cranks aan komen.
Het kan helpen om je pedaal tamelijk ver onder de voorvoet te hebben, in plaats van in het midden van je voet. Ten eerste kunnen je kuitspieren op die manier meer bijdragen aan het draaien van de pedalen. Ten tweede kun je dan “ankling” toepassen. Daarbij haal je relatief veel beweging uit het buigen en strekken van je enkelgewricht. De rest van je benen hoeft dan minder te bewegen. Dat scheelt in op en neer bewegende massa, waardoor je sneller kunt trappen. Ook kun je het pedaal in het onderste gedeelte van de pedaalslag beter naar achteren duwen, waardoor je gelijkmatiger (en in totaal meer) kracht kunt uitoefenen dan door alleen op en neer te bewegen. Het vereist veel oefening voor deze traptechniek natuurlijk aanvoelt, mede doordat de trapfrequentie op een eenwieler vaak hoger is dan op een tweewieler.

STARTEN EN FINISHEN

Bij wedstrijden kan een goede start zomaar een hele seconde tijdwinst opleveren. Dat is op 100 meter heel wat! Het is belangrijk om vóór het laatste startpiepje al voorover te hellen, zodat je meteen goed kunt aanzetten. De juiste mate van vooroverhellen moet je zelf uitproberen, die hangt af van hoe snel je kunt accelereren.
Natuurlijk moet je ook scherp na het laatste piepje starten. Maar niet te vroeg! Het kan helpen om bij het oefenen elkaar te controleren op vals starten.
Voor maximale acceleratie moet je natuurlijk veel kracht op je pedalen zetten. Om jezelf niet uit het zadel te duwen, kun je met één of zelfs beide handen je zadelhandgreep (of stuurtje) naar boven trekken.
De finishtijd wordt gemeten wanneer het wiel de lijn passeert. Veel toprijders buigen op de finish kort en krachtig naar voren. Daardoor gaat ook het wiel relatief iets naar voren, en wordt de finish dus net iets eerder getimed. Dit kan enkele hondersten seconden schelen. Alle beetjes helpen :-).

TRAINEN

Zoals voor elke sport, moet je ook voor eenwieleren trainen om goede resultaten te halen. Hoe meer je traint, hoe meer je resultaten verbeteren. Maar hoe je traint maakt natuurlijk ook uit!
Het is heel belangrijk om je topsnelheid te trainen. Dit kun je doen door korte sprintjes voluit te rijden. Tussen de sprintjes hoef je niet perse af te stappen, je kan ook tussendoor een stukje rustig rijden. Ook als je alleen geïnteresseerd bent in lange afstanden, is dit belangrijk. Een hogere topsnelheid maakt dat middelhoge snelheid gemakkelijker gaat en dus langer is vol te houden.
Het kan heel stimulerend werken als je kunt meten of je sneller wordt. Dit kan bijvoorbeeld met een stopwatch of een sporthorloge. Of verzin iets met een camera of een gps-track uit je telefoon.

Succes!

De gemiddelde eenwieler is lichter dan de gemiddelde tweewieler, en heeft ook minder rolweerstand en wrijvingsverliezen. Dus dan moet je er toch harder mee kunnen rijden?
Toch is dat niet zo, want de meeste eenwielers hebben een tamelijk klein wiel vergeleken met fietsen, en geen versnelling. Om een snelle fiets bij te houden moet je op zo’n eenwieler onmogelijk snel trappen.

Er zijn wel eenwielers die gericht zijn op snelheid (36 inch wiel en versnellingsnaaf), maar die zijn een stuk zwaarder, zo’n 10 tot 12 kg. Dat is vergelijkbaar met een racefiets.
Iets dergelijks geldt ook voor weerstand. Bij een simpele eenwieler zonder versnelling treedt inderdaad minder mechanische weerstand op, omdat er maar één wiel is, geen ketting, geen aparte trapas-lagering enzovoort. Maar bij een eenwieler met versnelling zijn de transmissieverliezen ongeveer 5%, vergelijkbaar met een fiets.

Met andere woorden: snelle eenwielers hebben geen voordeel ten opzichte van een fiets. Sterker nog, er zijn redenen waarom een eenwieler juist langzamer is:

  • De voor/achter balans moet je op een eenwieler actief handhaven. Daardoor kun je niet 100% power leveren. Je moet altijd over houden om het wiel te versnellen als je voorover dreigt te vallen.
  • De versnellingsverhouding kan op een fiets vrijelijk ingesteld worden, met ketting en tandwielen. Daardoor kom je per pedaalomwenteling zo ver als je kracht (vermogen) toelaat. Er bestaan wel commercieel verkrijgbare eenwielers met versnelling, maar ook hier wordt het ideale verzet niet bereikt. Dit wordt gedeeltelijk gecompenseerd doordat eenwielers vrijwel altijd kortere cranks hebben dan tweewielers. Met kortere cranks kun je wat sneller ronddraaien, maar de efficiëntie (van het overbrengen van spierkracht) neemt af.
  • Er bestaan enkele zelfbouw-eenwielers met versnelling waarvan de bedoeling is dat deze wel ongeveer het ideale verzet benaderen. Maar deze zijn erg moeilijk te berijden – wat dan op zich weer nadelig is voor de snelheid.
  • De zithouding op een eenwieler is minder aerodynamisch, waardoor de luchtweerstand groter is.
  • Je valt eerder met een eenwieler dan met een tweewieler, en bij hoge snelheid kunnen de gevolgen behoorlijk pijnlijk zijn. Dit maakt dat veel eenwieleraars niet zo snel willen gaan als een snelle tweewieler, al zouden ze het fysiek kunnen.

Een paar voorbeelden die aantonen dat een eenwieler veel langzamer is dan een fiets:

Werelduurrecord:  eenwieler 32,230 km, fiets 55,089 km

Wereld-24uurs-record: eenwieler 453,8 km, fiets 941.872 km

Topsnelheid: eenwieler ongeveer 50 km/u (geen officieel record), fiets 81,54 km/u

Tenslotte: de eenwielersport is een tamelijk kleine wereld. Maar in de ‘bovenste regionen’ gaat het wel degelijk om topsporters. De prestatieverschillen tussen eenwielers en tweewielers worden niet of nauwelijks veroorzaakt doordat er minder goede rijders aan het eenwieleren meedoen.

Dit hangt er vanaf in welk land je bent, want overal zijn de regels weer anders.
Voor Nederland en België zijn de regels in de praktijk hetzelfde:

  • Ga je zo snel als een voetganger, gedraag je dan als een voetganger.
  • Ga je zo snel als een fiets, gedraag je dan als een fiets.

Deze keuzemogelijkheid tussen voetganger en fietser maakt een eenwieleraar flexibel om zich aan verschillende omstandigheden aan te passen.

In principe kan je hiermee ook provoceren, en bijvoorbeeld je eenwieler berijden in een voetgangersgebied, of op een wandelpad in de natuur waar fietsen niet is toegestaan. Maar in de praktijk zou je daar waarschijnlijk toch problemen mee krijgen en is het beter om zulke plekken te vermijden, of om er naast de eenwieler te lopen.

Voor meer informatie, lees de uitgebreide versie van het antwoord.

Dit hangt er vanaf in welk land je bent, want overal zijn de regels weer anders. We hebben het voor Nederland en België op een rijtje gezet.

Waar rijd je: voetpad, fietspad of rijbaan?

In België zijn de regels het duidelijkst. Eenwielers vallen volgens Artikel 2.15.2 van de Wegcode (ook bekend als Verkeersreglement) in de categorie “niet-gemotoriseerde voortbewegingstoestellen”. Als je je niet sneller verplaatst dan wandeltempo (6 km/u) dan word je beschouwd als een voetganger. Je moet dan dus ook de regels volgen die gelden voor voetgangers, zoals rijden op het voetpad of trottoir, als dat er is.
Ga je wel sneller dan 6 km/u, dan moet je de regels volgen voor fietsers, en dus ook het fietspad gebruiken als dat er is.

In Nederland is een eenwieler nooit een fiets in de zin van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV), informeel ook bekend als de Wegenverkeerswet.
Berijders van eenwielers vallen onder Artikel 2, lid 2, van het RVV, het zijn  “personen die zich verplaatsen met behulp van voorwerpen, niet zijnde voertuigen”. Op deze personen zijn de regels voor voetgangers van toepassing. Toch mag je als eenwieleraar (op grond van Artikel 4, lid 4 van het RVV) ook kiezen om een fietspad of een fiets/bromfietspad te gebruiken, als dat er is. Deze keuze is, anders dan in België, formeel niet afhankelijk van je snelheid. Maar omdat iedere verkeersdeelnemer (en dus ook een eenwieleraar op de openbare weg) andere weggebruikers niet mag hinderen of in gevaar brengen, komt het wel op hetzelfde neer.

Terzijde: eenwieleraars mogen (net als voetgangers en fietsers) de rijbaan gebruiken als zowel een fietspad als een voetpad/trottoir ontbreken.

Verlichting:

In België is verlichting in het donker verplicht als je niet op het voetpad rijdt. Dit geldt ook als er geen voetpad is!

In Nederland is verlichting formeel niet verplicht, je bent immers ‘maar’ een voetganger. Maar het is verstandig voor je eigen veiligheid om in het donker voor en achter een lamp te hebben, als je op een fietspad of op een weg (zonder fietspad) rijdt.

Kortom, in de praktijk geldt zowel in Nederland als in België:

  • Ga je zo snel als een voetganger, gedraag je dan als een voetganger.
  • Ga je zo snel als een fiets, gedraag je dan als een fiets.

Deze keuzemogelijkheid tussen voetganger en fietser maakt een eenwieleraar flexibel om zich aan verschillende omstandigheden aan te passen.

In principe kan je hiermee ook provoceren, en bijvoorbeeld je eenwieler berijden in een voetgangersgebied, of op een wandelpad in de natuur waar fietsen niet is toegestaan. Maar in de praktijk zou je daar waarschijnlijk toch problemen mee krijgen en is het beter om zulke plekken te vermijden, of om er naast de eenwieler te lopen.

Bovenstaande informatie is voor Nederland gebaseerd op de wetstekst op wetten.overheid.nl, alsmede op directe communicatie over dit onderwerp met Veilig Verkeer Nederland en het ministerie van Verkeer en Waterstaat, en voor België op de websites www.wegcode.be en  www.politie.be.

Load More