Veelgestelde vragen

Alles wat je over eenwieleren wilde weten, maar nooit durfde te vragen.
Staat jouw vraag over eenwielers of eenwieleren er niet bij? Stel hem hier (klik!).

Hoe kan ik sneller rijden?

Het belangrijkste om sneller te gaan, is het kiezen van een groter wiel. Bijvoorbeeld: een 24 inch wiel is ongeveer 20% groter dan een 20 inch wiel. Als al het andere gelijk blijft, rij je op het grotere wiel sneller. Simpelweg omdat je per pedaalslag een grotere afstand aflegt. Daar zit wel een grens aan. Ten eerste zijn er bijna geen eenwielers te krijgen met een groter wiel dan 36 inch, dus dat is in de praktijk het maximum. Ten tweede: hoe groter het wiel wordt, hoe kleiner de winst. Een 36 inch wiel is ruim 12% groter dan de eerstvolgende kleinere maat (32 inch), maar zoveel snelheidswinst ga je echt niet halen. Ten derde: als je aan wedstrijden meedoet, heb je wellicht te maken met een maximummaat. Bij veel wedstrijden is dat 24 inch, of precieser: 618 mm diameter. Maar dan nog: niet alle 24 inch wielen zijn even groot. Enkele procenten verschil kan al een halve seconde schelen in een 100 meter-wedstrijd. Een zogenaamde race-eenwieler benut de ruimte binnen de regels maximaal, en is daarom voor serieuze wedstrijdrijders eigenlijk een must. Race-eenwielers zijn nieuw te koop vanaf ongeveer € 260, bijvoorbeeld bij Circus-expert.nl. (En zo’n race-eenwieler is niet alleen qua wielmaat, maar op alle aspecten geoptimaliseerd voor baanwedstrijden.)

Bijna even belangrijk als een groot wiel zijn relatief korte cranks (crank is het verbindingsstuk tussen pedaal en wielas). Nieuwe eenwielers worden meestal geleverd met tamelijk lange cranks, bijvoorbeeld 150 mm op een 36 inch eenwieler. Daarmee heb je een goede controle over de eenwieler. Ook het opstappen is makkelijker met lange cranks. Maar als je snel wilt rijden, moeten je voeten en benen tamelijk grote bewegingen maken, en dat kost gewoon tijd en inspanning. Hoe korte cranks optimaal zijn is niet zonder meer te zeggen. Maar gelukkig zijn cranks niet zo duur, dus je kunt wat experimenteren. Ga niet een al te grote stap terug: van 150 naar 125 mm is bijvoorbeeld een goede keuze. Aan kortere cranks zul je een tijdje moeten wennen, maar als je eenmaal gewend bent, rij je echt sneller. Hoe kortere cranks, hoe meer je zult moeten trainen om er ook echt snelheidsvoordeel uit te halen. Toprijders die jarenlang veel trainen, rijden met bijvoorbeeld 80 mm op een 29 inch wiel, of 100 mm op een 36 inch wiel (zonder versnelling).
Let op: voor baanwedstrijden zijn er minimum-maten voor cranks. Het is dan zaak om precies op die minimummaat te gaan zitten!

Met een stuurtje ben je stabieler bij hoge trapsnelheid, je eenwieler ‘wiebelt’ minder heen en weer. Dit is een beetje een kwestie van voorkeur. Op grote wielen (29 en 36 inch) rijden de snellere rijders meestal met een stuurtje, op 24 inch meestal niet. En op een race-eenwieler is het ook minder van belang, omdat die sowieso minder wiebelt doordat de as lekker smal (kort) is.

Met een hard opgepompte band heb je minder rolweerstand. En de overbrenging van kracht op het wegdek is efficiënter doordat een hard opgepompte band weinig vervormt.

Het effect van een versnellingsnaaf wordt vaak overschat. De Schlumpf versnellingsnaaf voor eenwielers is de enige die commercieel verkrijgbaar is (als hij niet tijdelijk is uitverkocht). Hij is schakelbaar tussen directe overbrenging en ongeveer 1 : 1.5. Maar de snelheidswinst is meestal maar een paar procent. Omdat het gevoel in de eenwieler heel anders is, moet je extra trainen om er überhaupt voordeel van te hebben. Daar komt nog bij dat zo’n versnellingsnaaf peperduur is (reken op € 1500). En hoewel ze best robuust gebouwd zijn, is het toch een zorgenkindje qua afstelling en onderhoud. Naar onze mening is een Schlumpf alleen nuttig voor toprijders met ambitie.

Een aerodynamische houding (vooroverbuigen)verkleint de luchtweerstand. En volgens sommigen verbetert die houding ook de efficiëntie van je bewegingsapparaat. Op een 24 inch maakt dit al verschil, en op een groot wiel wordt het effect nog groter. Een stuurtje helpt om verder voorover te buigen, omdat je er op kunt leunen .

Hoe meer je voeten naar buiten staan, hoe meer zijdelingse kracht je op je wiel uitoefent via de pedalen. Daardoor gaat je wiel slingeren, hetgeen snelheid kost. Zet daarom je voeten zo ver mogelijk naar binnen. Maar natuurlijk niet zo ver dat ze tegen de cranks aan komen.

Het kan helpen om je pedaal tamelijk ver onder de voorvoet te hebben, in plaats van in het midden van je voet. Ten eerste kunnen je kuitspieren op die manier meer bijdragen aan het draaien van de pedalen. Ten tweede kun je dan “ankling” toepassen. Daarbij haal je relatief veel beweging uit het buigen en strekken van je enkelgewricht. De rest van je benen hoeft dan minder te bewegen. Dat scheelt in op en neer bewegende massa, waardoor je sneller kunt trappen. Ook kun je het pedaal in het onderste gedeelte van de pedaalslag beter naar achteren duwen, waardoor je gelijkmatiger (en in totaal meer) kracht kunt uitoefenen dan door alleen op en neer te bewegen. Het vereist veel oefening voor deze traptechniek natuurlijk aanvoelt, mede doordat de trapfrequentie op een eenwieler vaak hoger is dan op een tweewieler.

Een goede start kan zomaar een hele seconde tijdwinst opleveren. Dat is op 100 meter heel wat! Het is belangrijk om vóór het laatste startpiepje al voorover te hellen, zodat je meteen goed kunt aanzetten. De juiste mate van vooroverhellen moet je zelf uitproberen, die hangt af van hoe snel je kunt accelereren.

Natuurlijk moet je ook scherp na het laatste piepje starten. Maar niet te vroeg! Het kan helpen om bij het oefenen elkaar te controleren op vals starten.

Voor maximale acceleratie moet je natuurlijk veel kracht op je pedalen zetten. Om jezelf niet uit het zadel te duwen, kun je met één of zelfs beide handen je zadelhandgreep (of stuurtje) naar boven trekken.

De finishtijd wordt gemeten aan de hand van wanneer het wiel de lijn passeert. Veel toprijders buigen op de finish kort en krachtig naar voren. Daardoor gaat ook het wiel relatief iets naar voren, en wordt de finish dus net iets eerder getimed. Dit kan enkele hondersten seconden schelen. Alle beetjes helpen :-).

Zoals voor elke sport, moet je ook voor eenwieleren trainen om goede resultaten te halen. Hoe meer je traint, hoe meer je resultaten verbeteren. Maar hoe je traint maakt natuurlijk ook uit!

Het is heel belangrijk om je topsnelheid te trainen. Dit kun je doen door korte sprintjes voluit te rijden. Tussen de sprintjes hoef je niet per se af te stappen, je kan ook tussendoor heel rustig rijden. Ook als je alleen geïnteresseerd bent in lange afstanden, maar daarop wel zo snel mogelijk wil worden, is dit belangrijk. Een hogere topsnelheid maakt dat middelhoge snelheid gemakkelijker gaat en dus langer is vol te houden.

Het kan heel stimulerend werken als je kunt meten of je sneller wordt. Dit kan bijvoorbeeld met een stopwatch of een sporthorloge. Of verzin iets met een camera of een gps-track uit je telefoon.

Load More